De kroon na de crisis

Er was eens een koning, die heerste over een welvarend land. De schatkist was rijkelijk gevuld met zilver en goud, de graanschuren puilden uit en het volk was tevreden. Of je nu smid was, timmerman, bakker, boer of chirurgijn, er was voldoende werk voor iedereen. Niemand leed honger en niemand hoefde zich te vervelen. Koning Weltevree deed er alles aan om het zo te houden. Het geluk van zijn volk stond bij hem voorop en steeds kwam hij met nieuwe ideeën om het leven van zijn onderdanen aangenamer te maken. Op 5 juni was het 25 jaar geleden dat de laatste grote oorlog was geëindigd. Om dat te vieren stond een festijn van ongekende omvang op de kalender met als hoogtepunt een banket, waar alle onderdanen voor waren uitgenodigd. En hoewel het nog winter was, waren de voorbereidingen in volle gang. Rond het paleis stonden al honderden lange tafels, waarop heerlijke gerechten en prachtige bloemen konden worden uitgestald. Op de hoogste toren waren stalen rekken gemonteerd, waarin duizenden vuurpijlen en knalpotten konden worden geplaatst voor het grootste vuurwerk aller tijden. Een groep schilders was met houtskool de contouren aan het tekenen van wat een gigantische muurschildering moest worden, een kleurrijke ode aan het gedeelde geluk. De bakkers maakten plannen voor prachtige taarten, de koks werkten aan nieuwe recepten en de edelsmid was oud zilver aan het omsmelten om gedenkmunten te maken. Zo droeg iedereen zijn steentje bij terwijl de mensen de dagen vol verwachting aftelden. Er leek geen vuiltje aan de lucht en nietsvermoedend zat de koning een boek te lezen toen Ad Viseur binnen liep, de man die verantwoordelijk was voor de organisatie van het festijn.

 ‘Koninklijke hoogheid, mag ik u storen?’ vroeg hij. ‘Het gaat over de voorbereidingen.’

 'Vanzelfsprekend, kom binnen. Wat is er aan de hand?’

 De man stapte gehaast naar voren en de koning zag direct dat er iets mis was.

 ‘Ik vrees dat we een groot probleem hebben,’ zei Ad Viseur met trillende stem. ‘Zojuist kregen wij een alarmerend bericht uit het grote rijk in het oosten. De keizer heeft daar een banket georganiseerd, dat volledig uit de hand is gelopen en ik ben bang dat dit bij ons ook gaat gebeuren als we nu niet ingrijpen.’

 ‘Kom eerst even tot rust,’ reageerde de koning kalm. ‘En vertel me precies wat er aan de hand is. Dan lossen we dit samen op. We hebben tenslotte nog maanden de tijd voordat het 5 juni is.’

 De man knikte en zuchtte diep.

 'U heeft gelijk, we hebben de tijd. Maar we moeten wel direct actie ondernemen, want ook in het keizerrijk leek alles goed te zijn geregeld en toch ging het mis. Er was genoeg te eten aan meer dan voldoende tafels, prachtig verlicht door ontelbare fakkels. Er was goede muziek en heerlijke wijn. Alles leek aanwezig voor een prachtige dag. Totdat bleek dat er te weinig stoelen waren. Duizenden mensen moesten blijven staan met hun bord in de ene hand en een glas wijn in de andere. De meesten konden dit wel aan, maar er waren er ook voor wie urenlang staan geen optie was. Enkelen van hen hebben het feest zelfs verlaten en nu, weken later, gaat het in de kranten en op de prikborden over niets anders.’

 ‘Dit kan ons toch niet gebeuren?’ vroeg de koning.

‘Ik ben bang van wel. We komen honderden of misschien zelfs duizenden stoelen tekort. Als we hieraan geen prioriteit geven, dan wacht ons hetzelfde lot als onze oosterse vrienden. Gelooft u mij, dit is het enige dat telt.’ 

‘Dan wil ik dat er nu een team wordt samengesteld met meesters uit het gilde van de houthakkers, de timmermannen en de meubelmakers,’ zei de koning vastberaden. ‘Zij krijgen alle vrijheid om dit probleem op te lossen en ik wil dat iedereen naar hen luistert. Zorg ervoor dat al mijn onderdanen hiervan op de hoogte zijn en meewerken. Want ik wil geen ad hoc beslissingen op basis van geruchten en subjectieve verhalen. Ik wil dat de mening van de deskundigen doorslaggevend is.’

 ‘Dat lijkt me een goed idee,’ antwoordde Ad Viseur. ‘Ik ga er direct mee aan de slag.’

Nog dezelfde dag werd het Houtbreek Management Team opgericht. Eerst brachten zij het tekort aan stoelen in kaart en vervolgens kwamen zij met een plan om de achterstand in te lopen. De vaklui in de zagerijen en de werkplaatsen draaiden overuren en hoewel ze meer stoelen produceerden dan ooit tevoren, waren de cijfers die het HMT op 1 maart presenteerde ronduit zorgwekkend. Zonder aanvullende maatregelen was een groot tekort onvermijdelijk. Toen de koning dit hoorde, besloot hij zelf zijn volk vanaf het bordes toe te spreken.

‘Beste mensen,’ begon hij zijn legendarische speech. ‘We hebben een prachtig land, maar een grote crisis dreigt als we nu niet gezamenlijk ingrijpen. Want als we niets doen, dan zitten we straks met een enorm tekort aan stoelen en zal ons feest voor velen geen feest zijn maar een zware dag. Dat kunnen we niet toestaan. Daarom vraag ik u om per direct te stoppen met alles waar u mee bezig bent, naar huis te gaan en te helpen bij de productie van nieuwe stoelen. Hoe u daar een steentje aan kunt bijdragen, zullen de deskundigen van het Houtbreek Management Team dadelijk vertellen. Ik vraag iedereen om naar hen te luisteren en wee degene, die dat niet doet. Zij zullen gestraft worden en voor hen zal ik geen genade kennen. Ik roep u allen op om uw landgenoten netjes te verraden als ze zich niet strikt aan de richtlijnen houden, zodat we keihard kunnen optreden. Maar ik ga ervan uit dat dit in ons mooie land, waar we voor elkaar opkomen en elkaar helpen, niet nodig zal zijn.’

 Het was het startschot van een bijzondere tijd, waarin boeren begonnen met het omhakken van de bomen rond hun akkers. Koks en bakkers leerden timmeren en scholieren schoven hun lesboeken aan de kant om thuis planken te gaan zagen. Iedereen voelde de noodzaak om de crisis eensgezind te lijf te gaan. En toen de koning op 1 april de laatste stand van zaken presenteerde, stroomde het grote plein voor het paleis vol met mensen die hoopten op goed nieuws.

 ‘Laat ik beginnen met iedereen te bedanken voor de mooie dingen die er nu gebeuren,’ sprak de koning. ‘Want door uw inspanningen laat de stoelengrafiek inmiddels een positieve trend zien.’

Die woorden werden met gejuich ontvangen en Ad Viseur had de grootste moeite om de menigte tot bedaren te brengen.

‘Als we deze lijn door weten te trekken,’ ging de koning verder. ‘Dan is het mogelijk dat we op 5 juni de grootste stoelenachterstand hebben ingelopen. We doen dit dus niet voor niets, onze aanpak werkt en is succesvol. Maar als we nu stoppen dan kunt ook u of uw geliefde in een situatie terecht komen dat er geen stoel beschikbaar is. Dat is onaanvaardbaar en daarom vraag ik u: houd vol.’

Teleurgesteld gingen de eerste mensen naar huis, terwijl anderen juist enthousiast reageerden en elkaar moed inspraken. Een boer, die riep dat het tijd werd om aan het werk te gaan op zijn akker omdat anders de oogst in gevaar zou komen, kreeg felle kritiek van de mensen om zich heen. De slager besloot daarop zijn mond te houden en hetzelfde gold voor de bakker, de barbier, de naaister, de smid en de werkster. Ze hoopten dat de crisis snel achter de rug zou zijn als iedereen er een schepje bovenop deed. Helaas bleek dat niet het geval. Want bij de presentatie op 1 mei was het beeld onveranderd. De grafiek zag er minder dramatisch uit dan eerst, maar als de maatregelen nu zouden stoppen, dan wachtte volgens het HMT nog steeds een vreselijke ramp. Het volk werd opnieuw gevraagd om vol te houden en veerkracht te tonen. En dat deden de mensen. Dag en nacht werkten ze door en zetten alles opzij om de stoelencrisis het hoofd te bieden. En uiteindelijk had het succes, want op 1 juni kon de koning met gepaste trots melden dat het tekort aan stoelen niet langer meetbaar was. De maatregelen werden opgeheven en het grote feest kon doorgaan zoals gepland. De koning bedankte het HMT en vroeg Ad Viseur om de gildemeesters uit te nodigen in het paleis.

‘Welkom,’ sprak de koning toen ze allemaal een plekje hadden gevonden in de troonzaal. ‘Nu de crisis achter de rug is wil ik graag de laatste details over het banket doorspreken. Laten we beginnen met het vuurwerk, is dat geregeld?’

‘Koninklijke hoogheid, het spijt me,’ zei een jonge man met een brandwond op zijn voorhoofd. ‘We hebben geen kruit kunnen maken en al het beschikbare hout is verwerkt in de stoelen, zodat er niets overbleef voor de vuurpijlen. Ik ben bang dat het vuurwerk niet door kan gaan.’ 

‘Helaas gaat het ons ook niet lukken om een muurschildering te maken,’ vulde de meesterschilder aan. ‘Onze kunstenaars hebben stoelen geverfd en daarvoor hadden we alle penselen en verf nodig.’

De koning schudde het hoofd in het besef dat het festijn minder uitbundig zou worden dan gepland. Maar hij was ervan overtuigd dat iedereen, na zo’n stoelencrisis, daarvoor wel begrip zou hebben.

‘Maak je geen zorgen,’ zei hij rustig. ‘Jullie hebben gedaan wat je moest doen. Maar laten we het hebben over het eten. Zijn de bakkers klaar om de taarten te bakken en de koks om de gerechten te bereiden?’

‘Koninklijke hoogheid, het spijt me,’ antwoordde een forse man met tranen in zijn ogen, die sprak namens alle meesterkoks. ‘We zijn niet toegekomen aan het samenstellen van een menu en ook de inkoop van vlees, groente en fruit ligt al weken stil. Ik ben bang dat er geen eten zal zijn.’

‘En helaas ook geen gebak,’ fluisterde een slanke vrouw, die er moeite mee had om het slechte nieuws te brengen. ‘Want al zouden we taarten willen bakken, er is geen graan meer voorhanden, laat staan boter en suiker want de boeren leveren niets meer behalve houten stoelpoten.’

De andere gildemeesters hadden soortgelijke mededelingen. Er was geen wijn en zelfs geen water om bij de wijn te doen. De muziek werd afgeblazen omdat het orkest niet had kunnen oefenen en hetzelfde gold voor het ballet. De zilveren herdenkingsmunten waren nooit geslagen en er was geen olie voor fakkels of bijenwas voor kaarsen. Uiteindelijk had de koning geen andere keuze dan het schrappen van het feest, wat het begin van een donkere tijd markeerde voor het eens zo welvarende land. De graanschuren waren zo goed als leeg en omdat er niet was gezaaid zouden ze dit jaar ook niet meer worden gevuld. Omdat de koning niet wilde dat zijn onderdanen, die zo hard hadden gewerkt, van honger zouden omkomen, kocht hij eten in het buitenland. Daardoor kwam al snel de bodem van de schatkist in zicht en moest hij al zijn bezittingen verkopen om de rekeningen te kunnen betalen. Het zou nog jaren duren voordat het grootste leed geleden was en de koning eindelijk een poging kon wagen om zijn kroon na de crisis terug te krijgen. En dat terwijl ze lang en gelukkig hadden kunnen leven.