Liefde en smart 

Er was eens een koningin, die zich zorgen maakte over haar beeldschone dochter. Want op negentienjarige leeftijd had Elise de prins van haar dromen nog steeds niet ontmoet. En dat vond ze niet leuk, want hoezeer ze zichzelf ook moed inpraatte, ze kreeg het spookbeeld niet uit haar gedachten dat ze ongehuwd zou zijn op haar eenentwintigste en daarmee een leven als oude vrijster tegemoet zou gaan. Haar moeder ging echter niet bij de pakken neerzitten en zette haar wanhoop om in daden. Zo organiseerde ze regelmatig een goed bezocht bal, nodigde bevriende vorstenhuizen uit voor een kopje koffie en swipete op haar iPad tientallen jongemannen voorbij op zoek naar een geschikte huwelijkskandidaat voor haar dochter.

Een aantal keren leek er sprake te zijn van een heuse klik. Zo kreeg de breedgeschouderde, roodharige kroonprins van Schotland Elise aan het lachen en wist een Roemeense graaf haar te verleiden tot een nachtelijke wandeling. Ze had gedanst met de gracieuze opvolger van de tsaar en er gingen geruchten dat een Italiaanse baron haar in het voorbijgaan een handkusje had toegeworpen. Voor Elise stelde het allemaal niet veel voor. Ze wilde meer, ze was op zoek naar ware liefde. Ze smachtte naar het overspringen van een vonk en het gevoel van onstuitbaar verlangen om voor altijd bij elkaar te zijn. Ze wilde verdrinken in de ogen van haar droomprins, wegsmelten bij het horen van zijn stem en vlinders in haar buik voelen op het moment dat hij haar in zijn armen zou nemen. Haar moeder kende de verlangens van Elise en na weer een mislukt prinsenbal besloot ze om externe hulp in te roepen. Daarvoor was wel enig geduld nodig, want het project had een dusdanige omvang dat een Europees aanbestedingstraject onvermijdelijk was. Maar na ruim drie maanden was het zover. Vanuit haar slaapkamer zag Elise in de verte een kleine gestalte naderen en even later hoorde ze hoe haar moeder de poort opende en de langverwachte vreemdeling welkom heette.

‘Koninklijke hoogheid, wat een eer,’ zei de man met een diepe buiging. ‘Mag ik me aan u voorstellen? Mijn naam is kabouter Geefmeniets. Ik ben uw adviseur.’

‘Wat fijn dat u er bent,’ antwoordde de koningin. ‘Volgt u ons maar naar de koffiekamer, want er is geen tijd te verliezen.’

Ze keek Elise bemoedigend aan en samen liepen ze door de gangen van het paleis naar hare majesteits favoriete ruimte, waar ze ooit 100 jaar had geslapen alvorens de prins van haar dromen te ontmoeten. Na haar huwelijk hadden ze de kamer opnieuw gedecoreerd tot een soort ovaal kantoor met een paar gemakkelijke stoelen en een klein bureau. Sindsdien ontving de koning er regelmatig bevriende staatslieden, waarbij belangrijke besluiten werden genomen. De koningin vond het een geschikte plek om met de extern adviseur in gesprek te gaan. Want wat was er nu belangrijker dan het geluk van haar dochter?

‘Mag ik u vragen wat het probleem is?’ begon de kabouter nadat hij in de met leer beklede stoel was geklommen. ‘Waarbij heeft u mijn advies nodig?’

De koningin keek Elise kort aan en beantwoordde haar onzekere blik met een geruststellende glimlach.

‘Zal ik het vertellen?’ vroeg ze.

Elise knikte.

‘Welnu, het zit zo. We zijn op zoek naar een prins voor mijn dochter, een geschikte huwelijkskandidaat, waar ze lang en gelukkig mee kan leven. We geven feesten, nodigen van over de hele wereld honderden gasten uit, sturen brieven, zijn actief op sociale media en toch hebben we nog steeds niemand gevonden.’

‘Ik begrijp wat u bedoelt,’ zei de kabouter. ‘Vindt u het goed als ik u een aantal vragen stel om het probleem scherp te kunnen formuleren, zodat ik tot een gericht advies kan komen?’

‘Vanzelfsprekend, ga u gang.’

‘Wat voor prins zoekt u voor uw dochter?’

‘Dat lijkt me duidelijk, een knappe prins op een wit paard.’

‘Kunt u dat nader specificeren?’

De koningin keek de kabouter vragend aan en zweeg terwijl hij met zijn ganzenveer wat aantekeningen krabbelde in zijn notenboek.

‘Ik begin te begrijpen wat er fout gaat,’ zei hij met een gewichtige ondertoon. ‘U onderneemt actie en dat is prijzenswaardig. Het is echter niet doelgericht.’

‘Dat begrijp ik niet,’ zei de koningin. ‘Het is toch duidelijk: we zoeken een prins voor Elise.’

‘Maar hoogheid, met permissie, dat doel is veel te vaag en vage doelen worden zelden bereikt. Staat u mij toe het zo te formuleren dat het vinden van een geschikte huwelijkskandidaat op een gestructureerde, planmatige wijze kan worden voortgezet. Laten we het eerst specifiek en meetbaar maken. Wat voor man zoekt u eigenlijk? Moet hij blond zijn of juist donker haar hebben? Hoe groot moet hij zijn? Welke taal moet hij spreken? Wat is het minimale vermogen dat hij moet bezitten? Vervolgens kunnen we het hebben over wat u acceptabel vindt. Is het bijvoorbeeld erg als zijn adem wat minder fris ruikt of als hij met zijn linkerbeen trekt? Als we dat plaatje rond hebben, dan kijken we of het realistisch is of zo’n prins te vinden is en ten slotte bepalen we hoe lang we er maximaal over mogen doen om hem op te sporen. Geloof me, met deze aanpak zult u uw zoektocht succesvol kunnen afronden en uw dochter gelukkig maken.’

‘Wat een prachtig plan,’ zei de koningin met een zucht van verlichting. Ze pinkte een traantje weg en keek haar dochter hoopvol aan. ‘Het gaat goed komen, hoor je dat? Laten we meteen beginnen.’

De rest van de middag besteedden ze aan het formuleren van het doel en toen de zon onderging hadden ze het beeld scherp en compleet. Ze gingen op zoek naar een man van 1 meter 95 met 12 centimeter lang zwart haar, bruine ogen, een borstomvang van ten minste 98 centimeter en een taille van niet meer dan 84 centimeter. Hij moest beschikken over een minimaal vermogen van 12.348 gouden dukaten en een eigen paleis in een land ten zuiden van de grote rivier. Deze kenmerken waren het begin van een lijst met maar liefst 99 punten. Kabouter Geefmeniets was er zichtbaar trots op en de koningin nam de lijst dankbaar in ontvangst.

‘Hoe gaan we nu verder?’ vroeg ze enigszins ongeduldig.

‘Dat laat ik aan u over,’ antwoordde de kabouter. ‘Mijn advies is om iedere prins, die niet voldoet aan deze criteria snel de deur te wijzen, want hij staat het uiteindelijke doel alleen maar in de weg. Wanneer u zich hier strikt aan houdt, dan zult u snel succes hebben, daar kunt u van op aan.’

De kabouter klom uit zijn stoel, boog diep naar de koningin en haar dochter, draaide zich om en verliet de kamer.

De koningin ging direct aan de slag. Ze organiseerde het ‘Feest van de donkerharige prinsen’ en toen dat geen succes had volgde het ‘Bal van de breedgeschouderde, grote baronnen’. Vele kandidaten kwamen voorbij, die voldeden aan de 99 criteria en steeds weer leidde het tot een teleurstelling, want hoe aardig, knap, rijk en dapper ze ook waren, Elise wees ze stuk voor stuk af.

Op een dag reed ze te paard door de bossen. In volle draf snelde ze over de smalle paden, takken ontwijkend met een blos op haar wangen van de frisse wind. Ze genoot met volle teugen. Bij het ven stopte ze om haar paard rust te geven en te laten drinken. En toen gebeurde het. Achter zich hoorde ze geritsel.

‘Zo jongedame,’ klonk een prinsheerlijke stem. ‘Jij kan goed paardrijden.’

Elise draaide zich om en keek recht in de mooiste blauwe ogen die ze ooit gezien had. Ze wankelde op haar benen en wist niet wat ze moest zeggen. Even leek ze te vallen, maar de blonde jongeman tegenover haar reageerde attent en pakte haar liefdevol bij de schouders.

‘Voorzichtig,’ lachte hij. ‘Je kunt hier vervelend struikelen over de wortels van de grote eik.’

Elise wist niet wat ze moest zeggen. Ze voelde iets wat ze nooit eerder had gevoeld. Het was spannend en heerlijk tegelijk.

‘Ik ben Bjorn,’ zei de jongeman. ‘Ik kom uit Zweden en ik begeleid mijn achterneef prins Niels. Ik mag hem vergezellen naar de Nacht van de troonopvolgers met bruine ogen.’

Elise schoot in de lach en vertelde dat dit weer een tot mislukken gedoemd feest was om een man voor haar te vinden. Daarmee was het ijs gebroken en wat volgde was een onvergetelijke middag. Ze wandelden hand in hand door het bos, praatten honderduit, lachten samen om de kleinste dingen, hielden een wedstrijd te paard en zwommen in het ven. En daar, op het kleine zandstrand kreeg ze van Bjorn de zoen die haar vertelde dat alles goed was. Pas toen de zon achter de horizon verdween, keerde ze terug naar het paleis. Haar ongeruste moeder wachtte haar samen met kabouter Geefmeniets op bij de poort. Ze was opgelucht dat er niets met haar dochter was gebeurd en blij om haar vrolijker en opgewekter te zien dan ooit tevoren. Ze gingen naar binnen en onder het genot van een kopje koffie vertelde Elise dat ze eindelijk de prins van haar dromen had ontmoet. Haar moeder reageerde enthousiast, maar de kabouter was terughoudend.

‘Ik begrijp dat je denkt dat deze ontmoeting een succes was,’ zei hij zakelijk. ‘Maar dat wil ik graag op objectieve wijze vaststellen. Mag ik daarom vragen welke kleur haar hij heeft?’

‘Ja natuurlijk,’ antwoordde Elise met een verliefde blik in haar ogen. ‘Hij heeft de mooiste blonde krullen die ik ooit gezien heb.’

‘Juist,’ knikte de kabouter, die een kruisje zette op zijn lijst. ‘En hoe groot is hij eigenlijk?’

‘Net zo groot als ik, misschien iets groter.’

‘Dat zal dan ruim 1 meter 80 zijn.’

Er volgde weer een kruisje op de lijst.

‘En heeft hij verteld waar hij vandaan komt?’

‘Uit Zweden, is het niet geweldig?’

De kabouter zette zijn derde kruisje en sloeg zijn boekje dicht. Zijn glimlach was verdwenen en hij keek de koningin strak aan.

‘Ik ben bang dat uw dochter verward is door wat er vandaag in het bos is gebeurd,’ zei hij zelfverzekerd. ‘Ze suggereert dat ze haar doel heeft behaald, maar niets wijst daarop. We hebben duidelijk vastgelegd waaraan een geschikte huwelijkskandidaat moet voldoen en bij de eerste drie criteria valt hij al door de mand. Ik stel daarom voor dat u een verstandig besluit neemt en uw dochter vertelt dat ze deze jongeman links moet laten liggen.’

Elise wist niet wat ze hoorde. Ze voelde de tranen opwellen bij de gedachte dat ze Bjorn niet meer zou mogen ontmoeten.

‘Mam, dit kan toch niet waar zijn?’ zei ze met een mengeling van angst en verdriet. ‘Ik weet wat ik voel voor Bjorn. Met hem wil ik mijn leven delen.’

De koningin zweeg en glimlachte naar haar dochter. Ze zag dat zij het geluk had gevonden en dat was het enige dat telde. Daarom richtte ze zich tot de kabouter.   

‘U heeft precies twee minuten de tijd om mijn paleis te verlaten,’ zei ze streng. ‘Want ik begrijp nu dat uw werkwijze, waarbij we alleen ons hoofd gebruiken en alles proberen terug te brengen tot harde getallen slechts leidt tot grote smart. Pas als je je hart laat spreken sta je open voor de wereld om je heen en kunnen er mooie, onverwachte dingen gebeuren. Dus als we van u moeten kiezen tussen kille smart en ware liefde, dan is de keuze makkelijk.’

En met die wijze woorden zorgde de koningin ervoor dat Elise en haar blonde prins konden trouwen. Zonder smart behaalden ze alle doelen, die ertoe doen. En ze leefden nog lang en gelukkig.