Tesla en het drama van het zelfsturend TEAM 

Er was eens een fantastisch bedrijf, dat de markt voor elektrische auto’s domineerde. In tientallen scrumteams werkten Tesla’s knapste koppen aan een autonome auto die zelfstandig aan het verkeer zou kunnen deelnemen. En nu, op een stralende zomerdag in juli was het eindelijk zover. Met gepaste trots paradeerde Elon Musk over het brede podium terwijl achter hem een promotiefilm werd gedraaid, waarin te zien was hoe een kleine auto door Manhattan reed.

‘Dames en heren, zoals u ziet is het ons gelukt,’ riep Elon terwijl hij zijn armen in de lucht stak. ‘Terwijl onze concurrenten wanhopig proberen hun software te debuggen, zijn wij een andere weg ingeslagen en met succes.’

Er klonk applaus toen de auto het podium opkwam en naast de legendarische CEO parkeerde.

‘Mag ik u voorstellen aan Minimax, ons eerste zelfsturend TEAM.’

Het applaus zwelde aan toen het publiek zich realiseerde dat er niemand achter het stuur zat. De mensen gingen staan en begonnen te juichen. Elon moest moeite doen om boven het lawaai uit te komen.

‘De kunstmatige intelligentie in onze vorige modellen was gebaseerd op pure logica, gecombineerd met brute rekenkracht. Daarmee waren onze auto’s in staat om 98 % van alle verkeerssituaties het hoofd te bieden. Voor die laatste twee procent was echter iets anders nodig. Niet nog meer koel redenerend verstand, maar een flinke dosis warm gevoel en daarom hebben we in het Tesla Electrische & Autonome Motorvoertuig een emo-module ingebouwd.’

Elon zweeg even en keek naar het autootje naast zich.

‘Minimax, waarom vertel je jouw verhaal niet zelf aan het publiek?’

Het autootje deinsde van schrik een stukje achteruit. Daarna vermande Minimax zich en begon te praten.

‘Mijn emo-module zorgt ervoor dat ik voorzichtig word als ik kinderen zie spelen, ontspannen ga rijden als het rustig is op de weg en boos word als een aso me afsnijdt. Daardoor kan ik mijn rijstijl aanpassen aan de situatie en ben ik al meer dan 30.000 km. schadevrij. En dat wil wat zeggen met mensen zoals jullie op de weg.’

Elon barstte in lachen uit.

‘U ziet het,’ schaterde hij. ‘We hebben zelfs humor ingebouwd.’

‘Helaas mogen we van de autoriteiten het zelfsturend TEAM nog niet in productie nemen. Maar we hebben bijzonder nieuws, want een van u neemt Minimax straks mee naar huis.’

Op het scherm achter zich werd een rij- en een stoelnummer zichtbaar.

‘Mag ik de gelukkige winnaar naar voren roepen?’

Er klonk een vreugdekreet door de zaal. Een kleine, blonde man rende naar voren en sprong het podium op.

‘Met wie heb ik het genoegen?’ vroeg Elon, die hem vriendschappelijk de hand schudde.

‘Ik ben Kimi,’ juichte de jongeman. ‘Yes, ik heb gewonnen, dat gebeurt anders nooit. Ik kan het niet geloven.’

‘En toch is het waar,’ zei Elon terwijl hij de sleutels overhandigde. ‘Neem plaats in uw nieuwe auto, vertel hem waar u naartoe moet en rijd samen de toekomst tegemoet. Want dames en heren, vandaag begint de toekomst van het zelfsturend TEAM.’

Kimi stapte in en werd vrolijk begroet door Minimax.

‘Zullen we vertrekken?’ vroeg de kleine auto. ‘Ik houd niet zo van mensenmassa’s.’

‘Ja graag,’ zei Kimi. ‘Ik kan niet wachten, ik ben zo blij. Ik woon trouwens aan de Zilversteenlaan nummer 321, dus daar moeten we naartoe.’

Mimimax startte zijn motor en reed onder luid applaus het podium af. Vijf minuten later zaten ze op de snelweg. Kimi vond het best spannend. Hij had de neiging om het stuur vast te pakken, maar wist zich in te houden.

‘Dus jij bent een zelfsturend TEAM?’ vroeg hij.

‘Inderdaad,’ zei de auto. ‘U bent op de bestuurderstoel gaan zitten, maar dat is niet nodig hoor. Zoals mijnheer Musk al zei heb ik vele uren rijervaring. Mijn sensoren zijn gevoeliger dan die van een mens en mijn reactievermogen ligt met 0,01 seconde ruim onder dat van de beste atleet.’

‘Zeg maar jij,’ antwoordde Kimi. ‘Anders wordt het zo formeel.’

Minimax was aangenaam verrast. Zijn nieuwe eigenaar leek vriendelijk en invoelend, precies wat zijn emo-module nodig had.

‘Wil je dan nu op de passagiersstoel plaatsnemen of nog beter, op de achterbank?’ vroeg hij verwachtingsvol.

‘Nee, als je het niet erg vindt, dan blijf ik gewoon achter het stuur zitten. Ik beloof dat ik het niet stevig vast zal pakken, maar zo kan ik helpen als dat nodig is.’

‘Maar ik ben een zelfsturend TEAM?’ probeerde Minimax.

‘Ja, dat klopt,’ beaamde Kimi. ‘Ik ga ook niet sturen. Dit is alleen om jou het vertrouwen te geven dat er niets mis kan gaan omdat ik kan ingrijpen als het moet.’

Ze bereikten zonder problemen Kimi’s huis en in de dagen daarna maakten ze korte ritjes naar de supermarkt en de bioscoop en een lange tocht over de snelweg. Een paar keer greep Kimi in omdat hij vond dat Minimax te dicht langs een stoeprand reed of ervoor koos niet te remmen voor een oranje verkeerslicht. Kimi bedoelde het goed, maar het maakte het zelfsturend TEAM een beetje onzeker. Minimax begon steeds meer aan zichzelf te twijfelen en dat was te merken aan zijn rijgedrag. En uiteindelijk ging het mis. Juist op het moment dat Minimax een kruising opdraaide, reed een man met hoge snelheid door rood. Een botsing was niet te vermijden en Minimax voelde dat zijn achterlicht werd verbrijzeld, waarna hij over de weg tolde en tegen een lantaarnpaal tot stilstand kwam. De schade viel mee en er waren geen gewonden. De gevolgen van het ongeluk waren echter groot. Minimax werd in de garage opgeknapt terwijl er bij Tesla een spoedberaad werd belegd.

‘Beste collega’s,’ concludeerde de CTO. ‘Mijn conclusie is duidelijk. Blijkbaar was het TEAM toch nog onvoldoende in staat tot zelfsturing. Dat is al erg genoeg, het ware probleem is echter niet de auto maar de bestuurder. Want Kimi heeft te laat ingegrepen terwijl hij had kunnen en moeten bijsturen.’

‘Daar ben ik het mee eens,’ zei het hoofd van de afdeling Training, een dame van middelbare leeftijd in een keurig mantelpak. ‘Ik stel voor om Kimi een bestuurderscursus aan te bieden.’

‘Dat lijkt me een prima idee. Kunnen we dat snel regelen?’

‘Ja hoor,’ bevestigde de dame. ‘Er is nog ruimte bij de volgende sessie, een uitgebreide module voor gevorderde weggebruikers in Austin. In drie weken wordt hij daar geschoold tot professioneel coureur.’

En zo belandde Kimi in Texas, waar hij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat theorielessen afwisselde met het rijden van rondjes op het circuit terwijl het TEAM in de Tesla garage wachtte op zijn terugkeer. Na een kleine maand was het zover. Kimi en Minimax werden herenigd en hun eerste rit verliep ogenschijnlijk zonder problemen. De staf van Tesla sprak van een succesvolle herstart van het project. Voortaan hield Kimi het stuur stevig vast en draaide regelmatig een beetje bij. Hij gaf af en toe extra gas en trapte soms op de rem, ook als dat volgens Minimax niet nodig was. In feite was van zelfsturing geen sprake meer en langzaam maar zeker verloor Minimax niet alleen zijn zelfvertrouwen, maar ook zijn enthousiasme. Hij raakte in een lichte depressie en begon foutjes te maken. Die werden stuk voor stuk door Kimi gecorrigeerd totdat Minimax bij het inparkeren per ongeluk een vuilnisbak omver reed. Dat was op zichzelf niet zo erg, maar helaas verscheen er van het incident een filmpje op YouTube. Het was de druppel die de emmer deed overlopen en voldoende reden voor Tesla om te stoppen met het zelfsturend TEAM. En zo belandde Minimax op een vergeten plek in een ondergrondse garage, waar hij jaren later door Jos, een automonteur uit het zuiden van het land, werd opgemerkt. Hij poetste het autootje op, zette er een nieuwe accu in en kreeg hem letterlijk aan de praat.

‘Goedemorgen, ik ben Minimax, waarmee kan ik u van dienst zijn?’ klonk het depressief.

‘Wat is er met jou aan de hand?’ vroeg Jos. ‘Ben je verdrietig of zo?’

Minimax begon spontaan te huilen.

‘Ja, jaaaahaaaa,’ snikte hij en er stroomden dikke druppels ruitenvloeistof over het raam. ‘Vroeger mocht ik de straat op en zelf sturen en nu sta ik al jaren stil. Ik weet niet wat ik moet doen.’

‘Ik wel hoor,’ zei Jos opgewekt. ‘Jij moet weer de weg op en ik ga met je mee. Want ik weet dat jij het kan, ik heb het zelf op televisie gezien.’

Jos opende het portier en ging op de achterbank zitten.

‘Wat doe je nu?’ vroeg Minimax onzeker.

‘Jij bent toch een zelfsturend TEAM?’ antwoordde Jos. ‘Dat is precies wat ik zoek. Want dan kan ik onderweg lekker een boek lezen of gamen op mijn iPad.’

Minimax slikte wat olie weg en haalde diep adem.

‘Weet je het zeker?’

‘Nou en of. Ik zou zeggen, start je motor en breng me naar huis, ik woon in de Monfortlaan nummer 12.’

Het was een korte rit door een rustige buurt en toch was het spannend. Minimax reed langzamer en voorzichtiger dan hij gewend was, want hij was ervan overtuigd dat zelfs het kleinste ongelukje zou betekenen dat hij naar de schroothoop zou worden gebracht. Maar dan kende hij Jos niet. Die maakte zich geen zorgen om een foutje, zolang de wil om te groeien en te leren aanwezig was. Al snel werden de ritten langer en moeilijker. Jos gaf het zelfsturend TEAM alle gelegenheid zich verder te ontwikkelen. Hij ging niet achter het stuur zitten, hij zorgde alleen voor uitdagingen die stapje voor stapje steeds meer vroegen van Minimax. Zo reden ze in de spits door de drukste centra van de grootste steden, trokken ze de bergen in kort nadat er verse sneeuw was gevallen en reden ze door weer en wind over smalle, onverharde wegen. Minimax kwam er geleidelijk aan achter dat hij meer in zijn mars had dan hij ooit voor mogelijk had gehouden. Hij leerde slippen als de beste, draaide met rokende banden donuts op het warme asfalt en haalde na verloop van tijd zelfs de snelste Mercedessen en Ferrari’s moeiteloos in. Hij kreeg weer plezier in het rijden en het duurde niet lang voordat Jos ervan overtuigd was dat Minimax klaar was voor het serieuze werk. Op een zonnige dag nam hij hem daarom mee naar het racecircuit.

‘En nu mag je laten zien wat je kunt,’ zei hij met een lach. ‘Het gaat er niet langer om dat we veilig aankomen, we willen nu ook de snelste zijn.’

Dat hoefde je Minimax geen twee keer te zeggen. Hij drukte het gaspedaal tot de bodem in en zette direct de snelste rondetijd ooit neer. Bij een volgende poging herhaalde hij dat kunststukje en een maand later won hij zijn eerste race in de hoogste klasse. Het was het begin van een fantastisch jaar, waarin Jos zorgde voor een primeur door kampioen te worden vanaf de achterbank. Maar de ware kampioen was Minimax, die de hoge verwachtingen eindelijk volledig had waargemaakt, met dank aan Jos die in hem geloofde, hem begeleidde en uitdaagde en hem als TEAM de vrijheid en het vertrouwen gaf om daadwerkelijk zelf te sturen. En ze raceten nog lang en gelukkig.